Het Petranpad is een 112 km lang wandelpad dat de natuurgebieden van Horst aan de Maas met elkaar verbindt. Af en toe wordt er een stel hardloopfanatiekelingen losgelaten om die 112 km zo snel mogelijk af te leggen. En als je 112 km rennen leest, dan weet je binnen deze Loopgroep precies wie zich daarvoor inschrijft. Ja. Wouter Starren. Dit jaar voor de tweede keer.
Vertrek om 5 uur 's ochtends
De ultratrail vertrekt om 05:00 uur vanaf 't Kasteelke in Meerlo. De eerste kilometers zijn heerlijk koel. Later op de dag wordt het pittiger: warm en bijna windstil.
Het wegbrengen van Wouter naar de startlocatie laat ik aan Bas over. Om 3.30 uur hoor ik wel een wekker gaan, maar die mag ik gelukkig negeren. Tegen dat ik mijn bed uit ben, heeft Wouter er al ruim een marathon opzitten.
Het speurzoekspelletje
De combinatie van de Garmin-tracker om Wouter's pols en de navigatiekaart van de auto maakt het een leuk speurzoekspelletje: waar loopt Wouter en waar kunnen wij met de auto in de buurt komen?
Wouter legt zijn 112 km af in goed gezelschap. Vier vrolijke mannen die voortdurend lopen te grappen en elkaars pijntjes relativeren. Een van de mannen had de tocht al voor de derde keer gelopen. En al eens meegedaan aan een ultra-ultra-ultra-ultratrail van 270 km. Serieus.
Cola, ijsjes en een glimlach
We maken er een sport van om hun wensen onderweg in te willigen. Zin in cola? We duiken een cafe in. Zin in een ijsje? Eens kijken waar de dichtstbijzijnde supermarkt is. Dikke pret.
Als we Wouter na bijna 14 uur bij 't Kasteelke de finishlijn zien passeren, heeft hij nog steeds een glimlach op zijn gezicht. En de wandeling naar de auto? Het valt me alles mee hoe stram hij zich voortbeweegt.
Soms denk ik: is Wouter wel echt? Een beetje van het padje is hij in elk geval wel. Vandaag specifiek (van) het Petranpadje af.
Wat is het Petranpad?
Het Petranpad is een langeafstandswandelpad van 112 kilometer dat alle natuurgebieden van de gemeente Horst aan de Maas in Limburg met elkaar verbindt. Het pad is vernoemd naar Petran Vermeulen, een natuurliefhebber die zich jarenlang heeft ingezet voor de natuur in de regio. De route voert door bossen, over heidevelden, langs vennen en door het glooiende Limburgse landschap.
Maar het Petranpad is ook het decor van een jaarlijkse ultratrail. Een wedstrijd (hoewel "wedstrijd" misschien een te groot woord is) waarbij hardlopers die 112 kilometer zo snel mogelijk proberen af te leggen. Het is een evenement voor de liefhebbers. Geen duizenden deelnemers, geen dranghekken, geen grote sponsors. Gewoon een groep mensen die heel graag heel lang willen rennen.
112 kilometer rennen: hoe doe je dat?
Laten we eerlijk zijn: 112 kilometer rennen is niet normaal. De meeste mensen vinden een rondje van vijf kilometer al een prestatie (en terecht). Een marathon van 42 kilometer is voor velen het absolute maximum. Maar 112 kilometer? Dat is bijna drie marathons achter elkaar. Zonder pauze. Nou ja, met pauzes, maar je begrijpt het punt.
Hoe doe je dat? Ten eerste: training. Maandenlang opbouwen. Langzaam de afstanden vergroten. Week na week meer kilometers in de benen. Wouter traint het hele jaar door. Bij Loopgroep Grave, in het Gasselse bos, langs de Maas. Kilometers na kilometers. En daarnaast loopt hij nog extra trainingen, langere duurlopen en af en toe een marathon als training.
Ten tweede: mentale kracht. Want je lichaam gaat op een gegeven moment protesteren. Je knieen doen pijn, je voeten branden, je spieren schreeuwen dat het genoeg is. En dan moet je een knop omzetten. Niet luisteren naar de pijn, maar focussen op het volgende punt. De volgende boom, het volgende bord, de volgende kilometer. Stapje voor stapje.
Ten derde: voeding. Bij een ultratrail is eten en drinken net zo belangrijk als het lopen zelf. Je verbrandt duizenden calorieen en die moet je aanvullen. Cola (voor de suiker en de caffeine), ijsjes (voor de koeling en de energie), broodjes, koekjes, gels, alles wat er maar ingaat. Wouters ondersteuningsteam (lees: wij met de auto) zorgde ervoor dat er altijd iets te eten en te drinken beschikbaar was.
Het landschap van Limburg
Horst aan de Maas ligt in Noord-Limburg, op ongeveer een uur rijden van Grave. Het landschap is anders dan dat van het Land van Cuijk. Meer heuvels, meer bossen, meer hoogteverschillen. De paden van het Petranpad voeren door natuurgebieden die je de adem benemen (in de positieve zin, niet in de zin van "ik kan niet meer ademen na die heuvel").
Je loopt door de Maasvallei, over de Peelrandbreuk, langs vennen en door uitgestrekte bossen. Het is het soort natuur dat je vergeet dat er bestaat als je elke dag dezelfde route naar je werk rijdt. Maar als je er doorheen rent, en je hebt veertien uur de tijd, dan zie je het. De details. De kleuren. Het licht dat door de bomen valt. De eekhoorn die verschrikt wegschiet. Het vuur van de zon die langzaam naar de horizon zakt.
Bijna 14 uur
Wouter finishte in bijna 14 uur. Dat is gemiddeld 8 kilometer per uur. Veertien uur lang. Om dat in perspectief te zetten: de meeste mensen wandelen op een tempo van 5 kilometer per uur. Wouter rende bijna dubbel zo snel, veertien uur achter elkaar. En dan nog met een glimlach bij de finish.
Die glimlach is typisch Wouter. Hij lijdt niet zichtbaar. Hij klaagt niet. Hij loopt, hij graapt, hij eet een ijsje en hij loopt weer door. Het is een houding die aanstekelijk werkt op iedereen om hem heen. De andere lopers vonden er steun in. En wij als supporters vonden er plezier in.
De supporters
Het ondersteunen van een ultraloper is een avontuur op zich. Je zit de hele dag in de auto, je checkt voortdurend de GPS-tracker, je plant je stops op plekken waar je de route kunt kruisen en je zorgt ervoor dat er altijd eten, drinken en een bemoedigend woord klaarstaat.
Het is een sport van geduld en logistiek. En van improvisatie. Want soms is de dichtstbijzijnde parkeerplaats twee kilometer van de route. Dan loop je zelf door het bos, beladen met flessen water en repen, om je loper te onderscheppen op een bospad. En dan sta je daar, midden in het niets, en zwaai je met een ijsje alsof je de Kerstman bent.
Maar het mooiste moment is de finish. Als je loper na veertien uur binnenkomt bij 't Kasteelke, moe maar voldaan, met een glimlach en een verhaal dat weken meegaat. Dan dat is een mooi gevoel. Het vroege opstaan, het rondrijden, het wachten. Alles was het waard.
Van het padje af
"Soms denk ik: is Wouter wel echt?" schrijft de auteur. En dat is de vraag die veel mensen stellen als ze horen wat Wouter doet. 112 kilometer rennen. Als pacer naar Rome. Het Petranpad voor de tweede keer. Is die man wel van deze planeet?
Ja. Hij is van Grave. Hij traint elke week met ons. Hij rent door hetzelfde bos, over dezelfde paden, onder dezelfde lucht. Het verschil is dat hij niet stopt waar wij stoppen. Hij gaat door. Altijd door. En daarom is hij (een beetje) van het padje af. Maar wel op de meest bewonderenswaardige manier.
Ultrarunning: een groeiende sport
Ultrarunning, ofwel het lopen van afstanden langer dan een marathon, is een sport die wereldwijd groeit. Steeds meer hardlopers zoeken de uitdaging voorbij de 42 kilometer. Of dat nu 50 km is, 100 km of, in Wouters geval, 112 km. De aantrekkingskracht zit niet in de snelheid, maar in het avontuur. In het ontdekken van je grenzen. In het gevoel na afloop dat je iets hebt gedaan wat de meeste mensen voor onmogelijk houden.
Bij Loopgroep Grave hebben we met Wouter een ultraloper in ons midden die laat zien dat die wereld bereikbaar is. Niet voor iedereen, en niet zonder jaren van training. Maar wel bereikbaar. En dat inspireert. Want als Wouter, die elke week met ons door het Gasselse bos rent, 112 kilometer kan lopen, dan kun jij die 10 km aan. Of die halve marathon. Of die marathon. Het is allemaal relatief. En het begint allemaal met dezelfde stap.
De rol van supporters bij ultrarunning
Bij een ultrarun is de ondersteuning minstens zo belangrijk als het lopen zelf. Een loper die 112 kilometer aflegt, heeft eten nodig, drinken, schone kleding, mentale steun en af en toe iemand die zegt: je kunt het, je bent er bijna. Dat is de taak van het supportteam.
Bij het Petranpad was dat supportteam de schrijver van dit stuk (vermoedelijk Froukje of Bas), gewapend met een auto, een GPS-tracker en een gezonde dosis avontuurzin. Het speurzoekspelletje met de Garmin-tracker klinkt als een gezellig tijdverdrijf, maar het is serieus werk. Je moet inschatten waar de loper is, waar je hem kunt bereiken en wat hij nodig heeft. En dat veertien uur lang.
Maar het is ook ongelooflijk dankbaar werk. Want als je loper na veertien uur binnenkomt en nog steeds glimlacht, dan weet je: dit was teamwerk. Niet alleen de benen van de loper, maar ook de handen van de supporters. Samen.