Met z'n drieeen tussen 18.000 andere lopers. Philip Wheeler, Wil Arts en Ronald van Noordenburg namen afgelopen zondag deel aan de 48e halve marathon in Egmond.
En het was geen gemakkelijke editie. Windkracht 6! Op het strand en door de duinen van het Noordhollands Duinreservaat beukte de wind ze in het gezicht. Maar ze kwamen er doorheen.
Wat een topprestatie van onze drie lopers.
De halve marathon van Egmond: een klassieker
De halve marathon van Egmond is een van de bekendste hardloopevenementen van Nederland. Al sinds 1973 wordt deze wedstrijd gelopen, elk jaar in januari, en het is altijd een avontuur. Niet vanwege het parcours zelf -- dat is niet bijzonder lang of zwaar -- maar vanwege de omstandigheden. Januari aan de kust. Je weet wat je kunt verwachten: wind, regen, hagel, en als je geluk hebt een waterig zonnetje.
De 48e editie in 2020 was niet anders. Windkracht 6, met uitschieters naar 7. Op het strand was het bijna onmogelijk om rechtop te lopen, laat staan om te rennen. En toch stonden er 18.000 lopers aan de start. Waaronder drie mannen uit Grave.
Philip, Wil en Ronald reden op zaterdagochtend vroeg naar het noorden. Ruim twee uur in de auto, dwars door Nederland. Vanuit het Land van Cuijk, waar het windstil en grijs was, naar Egmond aan Zee, waar de elementen losgingen.
Het parcours
De halve marathon van Egmond is 21,1 kilometer lang en voert door een uniek landschap. Je start in Egmond aan Zee, loopt het dorp uit richting de duinen, en dan begint het. Het Noordhollands Duinreservaat is een mooi natuurgebied, maar het is niet gemaakt voor hardlopers. De paden zijn smal, soms zanderig, en de heuveltjes zijn kort maar steil.
Het bekendste (en meest gevreesde) stuk is het strand. Ergens halverwege het parcours ren je een paar kilometer over het harde zand, pal langs de vloedlijn. Normaal gesproken is dat al pittig. Met windkracht 6 in je gezicht wordt het een gevecht. Je voeten zakken weg, je ogen tranen, en je vraagt je af waarom je niet gewoon lekker in Escharen was gaan rondrennen.
Maar dan draai je om. En ineens heb je de wind in de rug. En dan vlieg je. Die paar honderd meter met de wind mee zijn het mooiste moment van de hele race. Je voelt je onverslaanbaar. Even maar. Want daarna duik je de duinen weer in en wordt het weer buffelen.
Na de duinen volgt de terugweg naar Egmond. Door smalle straatjes, langs de boulevard, met overal toeschouwers die je aanmoedigen. De finish is in het centrum, waar je wordt verwelkomd met een medaille en een beker erwtensoep.
Philip, Wil en Ronald
Drie heel verschillende lopers, maar met een gemeenschappelijke drijfveer: de uitdaging opzoeken.
Philip Wheeler is een van de trouwste leden van Loopgroep Grave. Hij is er elke zondag, weer of geen weer. Een rustige, consistente loper die zelden een training mist en die zijn wedstrijden zorgvuldig uitkiest. Egmond stond al maanden in zijn agenda.
Wil Arts is iemand die stilletjes maar gestaag beter wordt. Elke wedstrijd loopt hij net iets sneller dan de vorige. Geen mooi sprongen, maar een gestage opbouw die laat zien dat zijn training werkt.
Ronald van Noordenburg is -- nou ja, Ronald. Die staat altijd op het podium bij regionale wedstrijden en die met een lach en een grapje door elke kilometermarker rent. Zelfs bij windkracht 6. Zelfs op het strand.
De voorbereiding
Een halve marathon loop je niet zomaar. Zeker niet in de winter, op het strand, bij harde wind. Daar moet je je op voorbereiden. En dat hadden Philip, Wil en Ronald gedaan.
De weken voor Egmond werd er bij Loopgroep Grave extra aandacht besteed aan duurtempo en tempoduurlopen. Huub paste het trainingsschema aan voor de lopers die naar Egmond gingen. Langere duurlopen op zondag, intervaltraining op woensdag, en hersteltraining tussendoor.
Daarnaast trainden ze specifiek op wind. Dat klinkt gek, maar het kan. Loop een rondje over de Dijk langs de Maas bij Cuijk als het stevig waait. Dan weet je hoe het voelt om tegen windkracht 5 of 6 in te leunen. Je leert je pas aan te passen, je energie te verdelen, en mentaal om te gaan met die constante weerstand.
En natuurlijk het mentale aspect. Een halve marathon in de winter is voor een groot deel een kwestie van je hoofd. Je moet jezelf door die zware kilometers heen praten. "Nog 10 km. Nog 5 km. Nog 2 km. Nog 500 meter." Je deelt de afstand op in hapklare brokken en voor je het weet sta je bij de finish.
Egmond voor beginners
Overweeg je om volgend jaar mee te gaan? Hier een paar tips:
Schrijf je vroeg in. Egmond is enorm populair en de plaatsen zijn snel vol. De inschrijving opent meestal in september en binnen een paar weken is het uitverkocht.
Train op zand. Serieus. Ga een paar keer naar een strand of zanderig pad en loop daar een halfuur op. Het is heel anders dan hardlopen op asfalt. Je kuiten en voeten moeten wennen aan de instabiele ondergrond.
Kleed je warm maar niet te warm. Je denkt dat het koud wordt, maar na drie kilometer ren je je warm. Een goed hardloopshirt met lange mouwen, een windvest en handschoenen zijn meestal genoeg. Geen dikke winterjas -- daarin overheet je.
Neem de trein. Serieus. Er rijdt een speciale Egmond-Express vanuit diverse stations en dat bespaart je de parkeerellende. Met de auto ben je na de finish nog een uur bezig om van die parkeerplaats af te komen.
En het belangrijkste: geniet. Egmond is geen wedstrijd om een PR te lopen (tenzij je van pijnsport houdt). Het is een beleving. Het landschap, de sfeer, die 18.000 medemazzelaars -- dat maakt het speciaal.
Terugblik
Philip, Wil en Ronald kwamen zondagavond terug in Grave met rode koppen, pijnlijke benen en een verhaal dat ze nog wekenlang zouden vertellen bij de zondagochtendtraining. Over die wind. Over dat strand. Over dat moment waarop je denkt: waarom doe ik dit?
En dan het moment erna: omdat het fijn is.
Loopgroep Grave is trots op deze drie. Niet alleen om hun prestatie, maar ook om het lef om aan zo'n wedstrijd mee te doen. Want laten we eerlijk zijn: het is januari, het is koud, het waait als een gek, en je kunt ook gewoon lekker op de bank liggen. Maar zij kozen ervoor om te lopen. En dat is waarom ze bij onze loopgroep passen.
Tijden en resultaten
Hoewel de precieze tijden van Philip, Wil en Ronald niet meer exact te achterhalen zijn, weten we dat ze alle drie de finish haalden. En dat is bij Egmond al een prestatie op zich. De combinatie van wind, kou, zand en heuvels maakt dat veel lopers het niet halen. De DNF-rate (Did Not Finish) bij Egmond is hoger dan bij de meeste halve marathons. Dus finishen is al winnen.
Philip heeft ervaring met lastige omstandigheden. Hij traint bij Loopgroep Grave in elk weertype -- regen, wind, vorst, maakt niet uit. Die mentale hardheid komt van pas bij een wedstrijd als Egmond. Als de wind in je gezicht beukt en je benen voelen als lood, dan is het je hoofd dat het verschil maakt. En Philip's hoofd is sterk.
Wil loopt gestaag en gedisciplineerd. Geen uitschieters, geen pieken en dalen, maar een constant tempo van start tot finish. Die strategie werkt perfect bij Egmond, waar het verleidelijk is om met de wind mee te hard te gaan en tegen de wind in kapot te lopen. Wil laat zich niet verleiden. Hij loopt zijn eigen race.
Ronald is Ronald. De man die overal op het podium staat bij regionale wedstrijden was in Egmond gewoon een van de 18.000. En dat was prima. Soms is het fijn om anoniem te zijn. Om gewoon mee te rennen met de massa, zonder de druk van een klasseringsverwachting.
De reis als onderdeel van het avontuur
Het mooie aan wedstrijden buiten de regio is de reis ernaartoe. Van Grave naar Egmond is het ruim twee uur rijden. Dat is een flinke rit, maar het hoort erbij. De auto in, snelweg op, samen koffiedrinken bij een tankstation, praten over de verwachtingen, zenuwen delen.
Die autorit is een onderdeel van de ervaring. Je bouwt de spanning op. Je bespreekt de strategie. En op de terugweg verwerk je de wedstrijd. De hoogtepunten, de moeilijke momenten, de grappige voorvallen. Tegen de tijd dat je terugkomt in Grave, is het verhaal al gevormd. Klaar om te vertellen bij de molen volgende zondag.
Egmond op de kalender
De halve marathon van Egmond staat elk jaar in januari op de kalender van veel Nederlandse hardlopers. Het is een van die wedstrijden die je minstens een keer moet hebben gelopen. Niet om de tijd (die is bijna altijd langzamer dan je hoopt vanwege de wind en het zand), maar om de ervaring.
Het landschap is mooi. De duinen van het Noordhollands Duinreservaat zijn uniek. De sfeer met 18.000 medelopers is indrukwekkend. En het gevoel als je na 21,1 kilometer over de finish komt, met zand in je schoenen en wind in je haar, is onbetaalbaar. Dat is wat Philip, Wil en Ronald meebrachten naar Grave. Niet een medaille of een PR, maar een ervaring die ze nooit zullen vergeten.